Tuesday, January 22, 2019
Home > Achtergrond > Vermogensbelasting & Aandelen

Vermogensbelasting & Aandelen

Wanneer u voor het eerst wilt investeren in aandelen is het zeer goed om u terdege bewust te zijn van de voor en nadelen hiervan. Waarschijnlijk zult u denken dat u veel belasting zult moeten betalen, want u krijgt over uw aandelen veel meer rendement dan over uw gespaarde geld. In dit artikel leggen wij u uit dat dat geen beletsel hoeft te zijn. Het is waarschijnlijk zelfs zo dat u beter aandelen aan kunt schaffen dan dat u uw geld opspaart!

Beleggingen worden belast in Box 3

Wanneer u uw belastingaangifte doet, worden zowel uw spaargeld als uw beleggingen belast in box 3. Dit is de zogenaamde vermogensrendementsheffing. Deze heffing is de belasting die u dient te betalen over het rendement van uw eigen vermogen. Het eigen vermogen wordt berekend door uw schulden af te trekken van het totaal van uw bezittingen. Voor het berekenen van uw bezittingen wordt het gemiddelde van een kalenderjaar genomen. Roerende zaken, zoals auto’s, boten en caravans, kunstvoorwerpen en het eigen huis worden niet tot het vermogen gerekend. In 2016 is er een basis vrijstelling van € 24.437,- per persoon, en daarnaast zijn er een aantal vrijstellingen. Er wordt momenteel nog rekening gehouden met een rendementspercentage van 4% in box 3, en over die 4% rendement moet u 30% belasting betalen. Dit brengt het totaal op 1,2% rendementsheffing.

Vermogensvrijstelling(en)

In sommige gevallen kun je dus aanspraak maken op een vrijstelling. Een vrijstelling zorgt ervoor dat de heffingsvrije grens hoger wordt, waardoor je minder vermogensrendementsheffing betaalt. Deze vrijstelling krijgt u bijvoorbeeld wanneer u groene spaarproducten en/of groene beleggingen met een groencertificaat bezit. Hiervoor ligt de heffingsvrije grens op maximaal € 27.213,-. Ook wanneer u geld spaart voor een overlijdensrisicoverzekering en een uitvaartverzekering is er een extra toeslag op de vrijstelling van maximaal € 6.925,-. Dan is er nog de vrijstelling voor het sparen voor een aanvullend pensioen op een bankspaarrekening of een lijfrente. Over dit gespaarde bedrag hoef je geen vermogensrendementsheffing te betalen. Let op! Tot 2016 was er ook nog een ouderentoeslag, deze is in 2016 afgeschaft. Heb je daarnaast uitstaande schulden? Dan mag je een bedrag boven de € 3.000,- (€ 6.000,- euro voor fiscale partners) van je eigen vermogen aftrekken. U betaalt dus pas een bedrag aan rendementsheffing over het deel van uw vermogen dat boven de heffingsvrije grens ligt. Daardoor is het beleggen in aandelen belastingtechnisch gezien zeer winstgevend. Wanneer u dit vermogen in box 1 zou moeten aangeven, dan zou u aan belasting tot wel 52% moeten afdragen.

Vermogensrendementheffing wijzigt in 2017

Er zijn veel ontwikkelingen gaande op het gebied van het vermogen, bijvoorbeeld door het feit dat op dit moment de belasting 30% over een verondersteld rendement van 4% over het vermogen is. Dit veronderstelde rendement van 4% is echter te hoog aangezien een spaarrekening of kortlopend deposito op dit moment maar maximaal 2% rente oplevert. Daarom heeft de belasting op 28 augustus 2015 aangekondigd dat de vermogensrendementsheffing in 2017 wordt aangepast. Kleine spaarders gaan er op vooruit, en rijke mensen gaan meer betalen. De vrijstelling wordt verhoogd van € 24.437,- naar € 25.000,- per persoon. Daarnaast wordt het tarief variabel en berekend op basis van de rente van de afgelopen vijf jaar, in 2017 komt dit neer op 2,9% in plaats van de huidige 4%. Bij meer vermogen wordt een verhoogd tarief berekend, boven € 100.000,- wordt dit 4,7%. Dit wordt mede op basis van rendementen op beleggingen berekend. Voor vermogen boven € 1.000.000.000.- geldt een verder verhoogd tarief van 5,5%.

Slot

Op het moment dat deze wijziging van kracht wordt, is de belasting een stukje rechtvaardiger. Het rendement wordt variabel, en gebaseerd op de werkelijke rentestanden en rendementen over de afgelopen 5 jaar. Velen zullen hun vraagtekens zetten bij het feit dat dit een progressief tarief is, waarbij de belasting stijgt bij meer vermogen. Toch kan men wel stellen dat bij een hoger vermogen ook de kans op meer rendement sterk toeneemt. Er vindt door  deze maatregel dus een nivellering plaats tussen laag en hoog vermogen.